maandag 26 december 2011

Dokter Bibber

Een hoog opgeleide versie van dokter Bibber, dat was waar ik aan dacht als ik aan een chirurg dacht. Chirurgen waren mensen die je open maakten, met minutieuze precisie repareerden wat er te repareren viel, en je vervolgens weer dichtmaakten. Volgens het dokter Bibber principe: je raakt alleen dat aan wat je aan moet raken. Maak je iets anders stuk dan ben je af.
Hoezeer dokters wellicht ook gecharmeerd zouden zijn van deze ietwat naïeve verwachting, veel met de realiteit blijkt het niet te maken te hebben. Zeker niet als het om kanker gaat. Op het moment dat de diagnose kanker gesteld werd, verdween deze eigenlijk ook net zo snel weer uit beeld. De kanker was voor de specialisten, ik mocht me bezig gaan houden met alles daarom heen. Overal op tijd komen, arm uitsteken als er geprikt moest worden, broek uit, broek weer aan, en nog eens uit. Het was luisteren en opvolgen al ging dat opvolgen me duidelijk beter af dan het luisteren.
‘De kans is groot dat u de zenuwen van uw blaas niet meer gaat voelen na de operatie’, werd er tegen me gezegd na een inwendig onderzoek. Ik dacht toen dat de dokter tijdelijk bedoelde, waarschijnlijk omdat me dat wel logisch leek. Als alles zo overhoop gehaald wordt dan is het logisch dat je daar een tijdje last van hebt. Dat snapte ik wel. Volgens Jeroen is er wel degelijk gezegd dat dit permanent kon zijn of zou zijn. Ik weet het echt niet meer.

Ik ben geen dokter en had ook nog weinig te maken gehad met ingrepen, dus ik had bij talloze zaken nog nooit stilgestaan. Zo bleek het dus onmogelijk om de tumor te verwijderen zonder daar verder iets bij te beschadigen. Mijn gedachtes over operaties waren nooit zo plastisch. Als iemand me vertelde dat hij ergens aan geopereerd was dan had ik daar geen stap voor stap voorstelling bij. Natuurlijk heb ik weleens naar operatiebeelden gekeken in ziekenhuisprogramma’s, maar ernaar kijken en werkelijk beseffen wat daar gebeurt, daar zit nog een behoorlijk stuk tussen. Het was ook pas na mijn operatie dat ik daar bewust over na ging denken. Toen pas zag ik in de etalage van The New English Bookstore in de Leidsestraat twee posters hangen van het menselijk lichaam, posters die er aan de kleuren te zien al enige tijd moesten hangen. Op de één stonden organen, op de ander zenuwbanen. Maanden na de operatie probeerde ik me, terwijl ik voor die etalage stond, voor te stellen hoe dat in de praktijk over elkaar en door elkaar moest zitten. Dan is het wel te snappen dat er het een en ander aan zenuwen sneuvelt zodra je daar een mes in zet. Bij ieder onderdeel dat behandeld werd bij biologie (inderdaad, vroeger) over het menselijk lichaam zag je een andere doorsnede. Zodra het over geslachtsorganen ging zag je nergens darmen, of een blaas. Op de tekening waar de blaas wel op stond ontbraken weer bloedvaten en zenuwen. Nooit eerder had ik deze in mijn hoofd gecombineerd tot een geheel. Nooit eerder had ik mij proberen voor te stellen hoe dat zich allemaal in mijn eigen lichaam bevond. Of, inmiddels, niet meer bevond.

Nog voordat ik echt geopereerd werd, was me dus al verteld dat de kans groot was dat ik blaasproblemen zou houden. Als ik terugdenk aan die zomerse namiddag kan ik het echt niet meer terughalen. Het was eind juli 2009 en ik weet dat ik net voor het eerst in 25 jaar onder narcose was geweest. Ik voelde me vooral een beetje ongemakkelijk in dat grote ziekenhuisbed. Na het eerste onderzoek gewoon in de stoel bij de gynaecoloog was er zojuist een tweede onderzoek gedaan onder narcose. Dit was nodig om het stadium goed vast te kunnen stellen waarin de ziekte zich bevond. Net als velen met mij had ik scans en foto’s altijd hoog zitten wat betreft betrouwbaarheid en duidelijkheid, maar in de praktijk blijkt in dit geval simpelweg voelen nog steeds de beste methode. Bijgekomen voelde ik helemaal niets, behalve dan dat ik geen onderbroekje meer aan had. Ik had zelfs niet meer zo’n netachtig, rekbaar gevalletje aan die ze me van te voren aan hadden laten trekken. Ik vond het allemaal maar een beetje gênant, zeker toen ik ook nog eens in slaap viel in de uren na het onderzoek terwijl we op de uitslag wachtten. Ik voelde me per slot van rekening nog lang niet ziek. Sterker nog, ik was in jaren niet zo uitgerust geweest. Het was zoals het leek een heerlijke zomerdag, die we samen wegkeken vanaf de vijfde verdieping van het AMC. Het was totaal onwerkelijk. Aan het einde van de middag kwam de dokter pas uitsluitsel geven, nadat al zijn operaties van de dag erop zaten. Wat ik me vooral herinner van het gesprek met de dokter is dat hij zo ontspannen in de vensterbank zat en dat het gelige namiddaglicht hem een warme en vriendelijke gloed gaf. Hij vertelde dat ik geopereerd kon worden, iets waar ik eigenlijk al op gerekend had. Een operatie betekende goed nieuws, of in ieder geval het beste nieuws wat we nog konden krijgen. Deze dokter, die mij overigens daarna niet meer zou behandelen, gaf hoop. Terwijl hij nog doorpraatte was ik in gedachten al onderweg naar huis, of in ieder geval naar buiten, om misschien nog een paar stralen zon te vangen.